Naar inhoud

Kitchari

De oorsprong

Kitchari is rijst en mungbonen die je samen zacht laat koken tot een smeuïge pap. Het komt uit de Indiase keuken en geldt daar als licht eten. De specerijen gaan er heel in, eerst even in de kokosolie tot het mosterdzaad begint te springen. Dat is eigenlijk het enige werk; daarna is het water erop en rustig laten staan. Op het eind gaat er geroosterde kokosrasp en verse koriander overheen.

Kitchari

IngrediëntenVoor 3 personen

Bereidingswijze

  1. 1 Spoel de rijst en de mungbonen af en laat ze minimaal een half uur weken in ruim water. Giet ze daarna af.
  2. 2 Snij de gember klein en de zoete aardappels in blokjes.
  3. 3 Verhit de kokosolie in een ruime pan. Ghee kan ook.
  4. 4 Doe het mosterdzaad, korianderzaad, komijnzaad en venkelzaad erbij en laat ze een minuutje meebakken, tot de mosterdzaadjes beginnen te springen. De zaden gaan heel de pan in, je hoeft niets te malen of te stampen.
  5. 5 Voeg de gember toe en bak die even mee.
  6. 6 Doe de asafoetida en de kurkuma erbij en roer kort door.
  7. 7 Schep de rijst, de mungbonen en de blokjes zoete aardappel erdoor en meng goed, zodat de specerijen overal doorheen zitten.
  8. 8 Doe het himalayazout erbij en giet er 1 liter water op. Zeezout kan ook.
  9. 9 Laat het rustig koken, met een minuut of 30 is het klaar. Giet er wat water bij als het te droog kookt.
  10. 10 Rooster de kokosrasp ondertussen in een droge pan tot hij mooi goudgeel is. Blijf erbij, want op het laatst gaat dat snel.
  11. 11 Snipper de verse koriander.
  12. 12 Het is goed als het zacht en smeuïg is, geen losse korrels rijst.
  13. 13 Strooi de geroosterde kokos en de koriander over de kitchari.